Waar kom jij je bed (nog) voor uit?

Dit is de titel van twee workshops die ik onlangs gaf aan tweedejaars studenten van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening van de Hogeschool Rotterdam. Bijgaand een impressie van hoe de ideale wereld van deze studenten er in een collage uitziet. 

Durf erin te duiken!

Soms, op onverwachte momenten, dient het zich aan. Je leven loopt niet meer zoals je het gewend bent. Er gebeurt van alles om je heen: relaties stranden, er worden vrienden ziek, opdrachten blijven uit. En dan, ja dan is het tijd om te ‘herijken’.

Tijd om even stil te staan, te laten bezinken, wat nog wel werkt, en wat niet. Wat is nog belangrijk? Wat niet meer? Ben je nog wel op de goede weg? Het kan zijn dat het tijd is om een zijweg in te slaan, een aftakking van de weg waarop je al liep. Een weg waarop zich mogelijk nieuwe schatten blijken te bevinden.

Voordat je echt een nieuwe weg in kunt slaan, is het nodig om even ´stil te staan´. Dat is lastig. Gebeurt er dan wel iets? Hoe lang moet ik ‘stil blijven staan’? Kan het niet wat vlugger? Stilstaan is niet eenvoudig. Er is dat knagende gevoel: wat als ik mijn baan kwijtraak? Wat als ik de komende tijd geen inkomsten binnenhaal? Daar word je nerveus van in onze maatschappij, waarin vele prikkels zich aandienen van alle kanten; waarin van alles moet en het liefst zo snel mogelijk en waarin mensen om je heen ook zo hun eigen mening hebben over wat goed is voor jou.

Niettemin is het nodig om zo nu en dan stil te staan. Niets te forceren. De zaken op je af te laten komen, zonder meteen actie te ondernemen. Doe je dat niet en gaat het niet zoals je wilt, dan loop je het risico te veranderen in zo´n teleurgestelde, ontevreden mopperaar. Zo´n mens dat overal tegenaan schopt, anderen de schuld geeft van wat er niet goed gaat. Dat wil je toch niet?

Daarom: zodra je ervaart, dat je niet tevreden bent, dat de zaken niet zo lopen als je wilt, sta even stil en durf jezelf opnieuw uit te vinden. Door bijvoorbeeld na te gaan:

• In welke levensfase je bent.

• Wat je nodig hebt.

• Wat belangrijk voor je is.

• Wat jou energie geeft.

• Waar je jouw bed nog voor uit komt.

En dan in actie komen. Kortom: durf erin te duiken!

“Met mij is niks mis…!”

“Zó fijn, die aardige buurvrouw die boodschappen voor me haalt. Ze is als een dochter voor me. Ik heb haar voor het gemak mijn bankpasje meegegeven, want ik vertrouw haar volkomen.”

En dan… wordt deze oudere dame financieel uitgekleed. Wist je dat dit een vorm van ouderenmishandeling is?

Iedereen moet voor zijn eigen familie zorgen. Natuurlijk, als je 50 jaar getrouwd bent, dan is het niet meer dan vanzelfsprekend dat je voor jouw partner met dementie zorgt, nietwaar? Ook als die 20 maal per dag hetzelfde verhaal vertelt. Ook als je die niet alleen kunt laten, omdat anders een pan op het gas wordt gezet en die vervolgens vergeten wordt. Ook als je het niet aan kunt zien, dat iemand met wie je altijd een goed gesprek had, nu niet meer coherent praat. Ook als jouw partner eigenwijs is of agressief wordt: “Met mij is niks mis!, ik ben alleen een beetje vergeetachtig, maar dat is normaal op mijn leeftijd.”

En dan… ben je zelf 84 jaar en is er in jouw beleving niemand die je kan helpen. En wurg je in wanhoop jouw partner. Je wordt veroordeeld tot 1,5 jaar gevangenis, omdat dit natuurlijk niet mag.

Zelf had ik een 80-jarige buurvrouw die ’s morgens vroeg bij mij op de deur kwam bonzen en schreeuwde dat ze wel wist dat ik opdracht gaf om haar te vermoorden. Wat doe je dan? Toch maar weer de politie bellen, die haar kwam kalmeren. Want zolang deze buurvrouw zichzelf of een ander niets aan deed, bleef ze thuis wonen. Dat is nu al zo en dat blijft zo.

En dan… had ik het “geluk”, dat mijn buurvrouw een politieman een klap gaf. Dat is direct reden voor een zogenaamde rechterlijke machtiging voor een gedwongen opname. Mijn buurvrouw komt nu niet meer terug naar huis.

Dit zijn zomaar wat voorbeelden van wat er nu al speelt in de maatschappij. Om even bij stil te staan. Als straks in de “participatiemaatschappij” mensen steeds langer thuis moeten blijven wonen.

Hoe ziet jouw omgeving eruit? Ken je de mensen uit jouw straat? Weet je of het goed met ze gaat? Het is van groot belang om je bewust te zijn van wat er kan gebeuren. Om zo jouw steentje te kunnen bijdragen om erger te voorkomen.

“Ik voel me net een hamburger”

(Foto Maurice Specht)

Weet jij wie jouw buren zijn en wat ze nodig hebben? En dat er nu van je verwacht wordt dat je dat wel weet? Heb je geen tijd, omdat je een drukke baan en gezin hebt? Dat is geen excuus. De participatiesamenleving komt eraan!

Er wordt bezuinigd op zorg en welzijn. De overheid is optimistisch en wijst op de vele initiatieven die ontstaan. Wat ik om mij heen zie? Veel goede ideeën. Maar ook: een gebrek aan adequate communicatie en een structuur die al deze initiatieven met elkaar verbindt.

Diverse organisaties zijn met dezelfde dingen bezig en komen in contact met dezelfde mensen. Maar: of ze weten het niet van elkaar of ze houden angstvallig vast aan hun eigen werkwijze. In deze wereld van jaarlijkse of tweejaarlijkse aanbestedingen door de overheid (“de markt moet het doen”), is het nog maar de vraag of je volgend jaar weer jouw taak mag uitvoeren. Daarnaast dreigen sommige mensen die hulp nodig, helemaal uit zicht te raken. Impliciet wordt er gerekend op buren die een oogje in het zeil houden en wel zullen waarschuwen als er iets aan de hand is.

Intussen is iedereen hard op zoek naar vrijwilligers. Van elke burger wordt verwacht dat hij of zij iets doet voor een ander in zijn of haar omgeving. Wat dit kan betekenen? Ik sprak een werkende moeder van al volwassen kinderen van halverwege de vijftig. Haar kinderen vragen haar om op te passen op haar kleinkinderen, omdat ze allebei moeten werken. En dat terwijl haar eigen ouders ook nog leven en hulp nodig hebben. Ze zei: “Ik voel me net een hamburger. Ik word aan alle kanten door een sandwich geplet, terwijl mijn eigen gezondheid ook al niet optimaal is”.

In Rotterdam zijn diverse bibliotheken in de wijken gesloten. Nu worden kinderen daardoor in sommige wijken niet meer gestimuleerd om te lezen. Ho, ho, roept de overheid dan. Kijk maar naar het Oude Westen. Daar is een Leeszaal ontstaan en kan iedereen boeken meenemen of brengen. Vergeten wordt, dat op deze locatie 70 (!) vrijwilligers aanwezig zijn om de Leeszaal in goede banen te leiden. Die 70 vrijwilligers waren er niet zomaar. In het Oude Westen was namelijk al sinds de jaren ’70 een actiegroep actief. Deze groep heeft een vaste basis aan mensen, die actief zijn in de wijk. Daarom kon dit opgepakt worden. Zoiets opzetten kan jaren duren.

Meer aandacht voor eigen initiatief en het stimuleren om zelf oplossingen te vinden, is een goed idee. Maar dan wel geleidelijk aan. Bovendien zijn een goede communicatie en verbindende mensen noodzakelijk om de samenleving die de overheid voor ogen staat tot stand te kunnen brengen. Ook dat gaat niet vanzelf. Op dit moment betekent het: redden wat er te redden valt.

Gelukkig zijn er mensen die het initiatief nemen om niet alleen hun eigen activiteiten te promoten, maar ook om mensen en organisaties in de wijken met elkaar te verbinden. Ik heb diverse van dit soort bijzondere mensen ontmoet. Twee van hen zijn te vinden in mijn Nieuwsbrief van zomer 2014.

Tegendraads

‘Als je doet wat je altijd hebt gedaan, krijg je wat je altijd hebt gekregen.’

Een mooie uitspraak waar ik soms aan denk, als ik weet dat ik weer in beweging moet komen. Mezelf vragen moet stellen. Hoe verder? Hoewel het in mijn huidige leven en werk juist van belang is om met geduld en rust stap voor stap verder te komen, heb ik altijd wel iets tegendraads gehad. Ik vind het leuk om na te denken, om (positief) kritische vragen te stellen.

Dat dateert trouwens al uit mijn jeugd. Op het Montessori Lyceum werd kritisch denken gestimuleerd. Ik herinner me nog levendige discussies met docenten. Na mijn studie werd ik in mijn werkzame leven met de harde werkelijkheid geconfronteerd. Kritisch denken werd niet altijd op prijs gesteld. Lang voordat Steve Jobs populair werd, had ik zijn tekst ‘Stay Hungry, Stay Foolish’ al op de wand achter mijn werkplek hangen. Daar werd met enige verbazing naar gekeken.

Zo nu en dan piept het naar boven, soms bedoeld, soms onbedoeld. Zo volgde ik een cursus Basistoneel bij de SKVR in Rotterdam. De op het laatst even ingevallen docente, die mij niet kende, gaf mij een tekst voor de einduitvoering, waarin de volgende zinnen voorkwamen: ‘Jij was iemand. Jij stond ergens voor. De goden, de wereld, niets en niemand kregen jou klein. Omdat je vocht. Omdat je zelf ergens voor stond. Door dat soort mensen bestaat de wereld. Niet door mensen die braaf doen wat ze gezegd wordt en er na afloop commentaar op hebben. Zo iemand was jij niet.’

Toeval dat ik die kreeg, maar de tekst sprak mij zeer aan. Ik kijk er nog regelmatig naar.

Veel later las ik het boek ‘Lila’ van de schrijver Robert M. Pirsig. Er stond een filosofische gedachte in over dynamische en statische kwaliteit. Hij gaat ervan uit, dat een samenleving statische kwaliteit nodig heeft om haar basisstructuur en normen en waarden te garanderen, anders wordt het een chaos. Tegelijkertijd heb je dynamische kwaliteit nodig. Beweging, mensen die vragen stellen, mensen die nieuwe dingen bedenken en ontwikkelen.

Zo kun je je voorstellen dat onze huidige maatschappij wat meer dynamische kwaliteit kan gebruiken. Immers, in de afgelopen economische crisis is gebleken, dat oude structuren niet meer voldoen. Daarom is het nodig om (positief) kritische vragen te blijven stellen, zonder daar meteen een kant-en-klaar antwoord op te hoeven hebben.

Zoals Huub Oosterhuis ooit zei over prins Claus: ‘Hij had meer vragen dan antwoorden.’ Daar voel ik me bij thuis. Wordt dit als tegendraads ervaren? Dan beschouw ik dat als een compliment.

 

Je passie volgen! Of toch maar niet?

Heftige artikelen tref je aan in de kranten. Een scala aan meningen zijn te vinden over dit onderwerp. Twee voorbeelden: “… startende ondernemers die de crisis aangrijpen om eindelijk te gaan doen wat ze altijd al hebben gewild. Lees: iets in een niche waar nauwelijks een markt voor is…” (Hadjar Benmiloud, in Metro). Of: “Wat is er mis mee dat mensen hun talenten en vaardigheden willen inzetten om echt nuttig werk te doen? Behalve dan dat het zo verdraaide moeilijk is om te formuleren wat ‘echt nuttig’ is.” (Ben Tiggelaar in NRC Handelsblad).

Mensen kijken en reageren vooral vanuit hun eigen situatie. Hun eigen omgeving, hun eigen opleiding, hun eigen leeftijd, hun eigen cultuur. Dat is logisch. Maar het vertroebelt vaak wel de discussie. Het is ook een typische vraag van deze tijd. Bijna een luxe vraag. Veelal ga je je dit soort vragen pas stellen, als aan alle basisbehoeften is voldaan.

Denk je dat iemand met weinig perspectief zich de vraag stelt: moet ik mijn passie volgen? Die wil alleen zo snel mogelijk een baan en inkomen. Hoewel ook hierop uitzonderingen zijn!

Natuurlijk, het is verstandig om eerst na te denken en je niet meteen te laten meeslepen door je idealen. De kans bestaat vervolgens dat je jezelf terugvindt op een kantoorvloer ergens in een gigantische organisatie. En dan? Een burn-out? Toch maar je idealen volgen?

Valt er wel wat kiezen? Dat is van vele factoren afhankelijk: opleiding, culturele achtergrond (familie, stad/platteland, land, religie), de economische situatie en levenssituatie (gezin, een of twee inkomens). Zo eenvoudig als het lijkt, is het dus niet.

En: hoe financieel onafhankelijk ben je? Ooit las ik een column van Johan Schaberg in NRC Handelsblad. Hij schreef: “Wie maandelijks rente en aflossing voor de hypotheek en andere financieringsschulden moet opbrengen, is niet vrij. Vrij bijvoorbeeld om bij een werkgever op te stappen omdat het er niet deugt of omdat je er kapot gaat. Iemand die gespaard heeft, met geld op de bank, kan dat wel, die heeft meer vrijheid”.  In die situatie kun je het best even uitzingen en toch proberen dat ideaal eens te gaan volgen.

Welke passie heb jij eigenlijk? Héb je wel een passie? Of ga je gewoon aan de slag en zie je wel waar je uitkomt? Dat kan ook natuurlijk. Misschien is dat veel rustgevender. Er hoeft niks. Dus alles kan en mag. Gelukkig zijn met wat je hebt en met wat je doet en daar wat van maken.

De wereld, een snoepkraam

Ik weet nog goed, dat ik – toen ik na 21 jaar vaste dienst – in het “luchtledige” belandde.  En ik voelde: ah, de wereld is net een snoepkraam. Vol van kansen en mogelijkheden! Wat ga ik eens kiezen? Om direct daarna natuurlijk te belanden in: ja, maar dat kan niet, want… Enfin, verzin maar een aantal argumenten.

Zo gewend zijn wij om alles vanuit onze ratio te beredeneren. Een keuze maken? Nou, dan maken we een rijtje met voordelen en nadelen en dan komt de keuze vanzelf. Vervolgens ontstaat de twijfel. Is dit wel de goede keuze? Die twijfel ontstaat, omdat bij uitsluitend gebruik van de ratio, het onderbewuste, het gevoel, de intuïtie, niet wordt meegenomen. Terwijl bij het maken van een keuze juist die kant de grootste invloed heeft.

De kunst is om de verbinding te leggen tussen het denken en het onderbewuste. Voelen: ja, dit is de keuze die ik wil maken en je niet af te laten leiden van het: ja, maar, dat kan niet…De kunst is te onderzoeken (dat dan weer wel met je ratio…) hoe je deze keuze kunt realiseren.

Zo heb ik mijn doelen echt wel gesteld, mijn keuzes gemaakt. Door de weg ernaar toe laat ik mij verrassen. Wie had ooit gedacht dat ik uit zou komen bij het werken met ouderen? Een bijzondere wereld, waarin veel gebeurt en mooie dingen worden ontwikkeld.

Een aantal jaren geleden ontwikkelde ik de workshop: “De kracht van jouw keuze”. Deze workshop geef ik nog regelmatig met plezier. Hij gaat niet uit van de zwaarte. In deze workshop ga ik juist met de deelnemers op een luchtige manier aan de slag. Lees de positieve reacties hierover elders op mijn website onder clientenreacties

Of kijk voor inspiratie eens naar de TEDx lezing van Sheena Iyengar, ook te vinden op mijn website op inspiratie  onder het kopje: “De kunst van het kiezen”.

Ook eens meemaken hoe je op een ontspannen wijze jouw keuzes kunt maken? Kijk op coaching, wanneer de workshop “De kracht van jouw keuze” weer op de agenda staat en geef je op via info@martineromer.nl

 

Ontspannen netwerken in de praktijk

Enkele jaren geleden schreef ik er al eens over. Ontspannen netwerken lukt niet door naar algemene borrels te gaan waar iedereen komt en je niemand kent. Veel leuker en interessanter is het om te gaan naar evenementen waar mensen komen, die je graag wilt ontmoeten. Of naar activiteiten te gaan waar je nog iets kunt leren.

Op 1 oktober jl. was het drie jaar geleden, dat ik mijn eigen bureau oprichtte. Dat heb ik gevierd op 4 oktober in galerie Phoebus in Rotterdam. Deze avond was een typisch voorbeeld van wat ik noem “ontspannen netwerken”.

21 mensen uit mijn netwerk die elkaar van te voren veelal niet kenden, deden mee aan een bijzondere compilatie van elementen uit mijn workshops. Met drie simpele vragen was de hele avond gevuld met het maken van keuzes, het leggen van contacten en het ontdekken van bijzondere kunst.

Voor een impressie van de avond hieronder een aantal  foto’s en een tweet van Annette Kreijkamp:

@MartineRomer: mooie avond gisteren. Bijzonder om gesprekken te voeren met onbekenden die meteen zo het diepe in gaan. Goed gevoel.

Samenwerken: hoe doe je dat?

In mijn omgeving hoor en lees ik veel over mensen op zoek naar (een vorm van) samenwerking.

Acht jaar geleden volgde ik een masterclass over innovatie op het gebied van arbeid. Hierin werd al voorspeld, dat de toekomst zou zijn: losse verbanden van mensen met hun eigen expertise, die samen in projecten werken. Dat kan natuurlijk in een (grote) organisatie, waarin werknemers steeds in verschillende projecten werken vanuit hun eigen expertise. Maar ook als zzp’er de huidige, lastige economische omstandigheden.

 

Samenwerken: hoe doe je dat? Hoe krijgt dit vorm?

Onlangs las ik een interessant artikel over de grote Nederlandse chipfabrikant ASML. De essentie van dit interview met de topman was: we kunnen het wel alleen, maar dat is niet handig. Op deze manier spreiden we risico’s, versnellen we het onderzoek en onze partners profiteren ook mee.

Bij een zzp’er is het clichébeeld: die werkt alleen voor zichzelf. Natuurlijk zijn er zaken die je als zzp’er zelf kunt, wilt of moet doen. Maar kijk eens naar de volgende voorbeelden.

Met een opdrachtgever zul je samen moeten werken, wil je het beste resultaat kunnen boeken. Een coachingsgesprek voer je weliswaar ‘alleen’, het krijgt uitsluitend vorm door afstemming te zoeken met je cliënt. Dit betekent ook “samen werken”.

In het afhandelen van mijn financiële administratie werk ik samen met mijn financieel adviseur. Ik heb volop ideeën over mijn huisstijl, de uitvoering daarvan laat ik echter graag over aan een vakvrouw.

In diverse projecten werk ik samen, soms door hetzelfde soort werk te doen. Dan heeft degene met wie ik samenwerk andere kwaliteiten, die mooi aansluiten bij mijn eigen kwaliteiten. Op andere momenten werk ik samen in hetzelfde project, maar met andere werkzaamheden, ieder vanuit zijn of haar eigen expertise.

Zodra je wilt samenwerken, lukt het niet altijd om meteen de juiste mensen te vinden met wie je kunt of wilt samenwerken. De vragen die je je moet stellen zijn daarom:

  • Op welke gebieden zou ik willen samenwerken?
  • Wat is daarvoor nodig?
  • Wat zijn mijn sterke kanten en wie kan mij aanvullen, zodat wij een goed team vormen?
  • En tenslotte: het moet wel klikken. Luister hierbij vooral naar je intuïtie!

Gezicht 2009, geen gezicht 2012

voeten

Mijn voeten 2009

Tijdens de jaren zeventig en tachtig was er een brillenverkoper, die de volgende reclameslogan had: Gezicht 1976, geen gezicht 1977. Dit jaartal schoof steeds weer op. Ik haal deze mooie slogan aan om te laten zien, dat mensen veranderen – of ze dit nu willen of niet.

Verandering, beweging is er altijd. Mijn doel in het leven is om mijzelf in beweging te houden en anderen in beweging te krijgen. En dat is vaak niet eens zo moeilijk. Je kunt uit eigen beweging veranderen, je kunt ook bewogen worden door een gebeurtenis die indruk maakt. Of je kunt bewogen worden door een ander die verandert. En zo verandert er tevens iets in jezelf.

Vaak wordt gedacht, dat beweging voorbehouden is aan jonge mensen. In beweging blijven heeft echter meer met karakter te maken dan met leeftijd. Ook mensen die ouder worden zijn nog in beweging of hebben te maken met veranderingen.

Graag geef ik twee voorbeelden uit mijn omgeving. Onlangs deed ik een theaterproject in een woonzorgcentrum in Leiden. Een van onze actrices was een 93-jarige bewoonster van het centrum, die op haar 90ste nog een nieuw talent ontdekte. In het woonzorgcentrum werd 2,5 jaar geleden een schilderclub opgericht. Schilderen had zij nog nooit gedaan. Ze ging het proberen. Nu hangt het hele woonzorgcentrum vol met haar schilderijen in de stijl van Van Gogh. “Ik vind ze mooi, maar ja, ik kan het me niet veroorloven ze te kopen, dus nu schilder ik ze maar zelf…”.

Of kijk eens naar mijn vader van 81 jaar. Hij heeft zojuist zijn 45ste boek gepubliceerd. Een roman met de titel: “De speeltijd is voorbij”. En op dit moment is hij al weer bezig met zijn volgende boek.

Zelf blijf ik ook in beweging. Om terug te komen op de titel van deze column: Gezicht 2009, geen gezicht 2012. Die is op mij van toepassing. In oktober 2009 startte ik mijn bureau met de middelen en veronderstellingen die ik toen had. Er is heel wat veranderd in de afgelopen 2,5 jaar. Daarom ben ik nu ook toe aan een nieuw ‘gezicht.’ Binnenkort hierover meer…

Mijn voeten 2012